KOG-stichters en oprichters
Jhr. Dr. Jan Pieter Six van Hillegom

Jhr. Dr. Jan Pieter Six van Hillegom (1824-1899),
classicus en archeoloog
Was ten tijde van de oprichting van het KOG 34 jaar.
Zowel aan moeders- als aan vaderszijde
was er sprake van kunstliefde en verzamellust.
Six had in Utrecht en Amsterdam klassieke letteren gestudeerd,
maar hield zich vooral als liefhebber bezig met klassieke oudheidkunde
en met het verzamelen van boeken, munten, tekeningen,
prenten, zegels en aardewerk en meubelen.
Zijn huis aan de Herengracht stond er vol mee.
Zijn grootste belangstelling ging uit naar de munten.
Vanwege zijn baanbrekend onderzoek
op het gebied van archeologie, numismatiek en geschiedenis
werd hij in 1869 benoemd tot doctor honoris causa.
Zelf beschreef hij zijn activiteiten als ‘liefhebberen in boeken en munten’.
Teken van zijn brede belangstelling is het feit
dat hij zich ook met landontginningsprojecten heeft beziggehouden.
Leonard Marius Beels van Heemstede

Leonard Marius Beels van Heemstede (1825-1882)
Was ten tijde van de oprichting van het KOG 33 jaar.
Hij was de zoon van M.A. Beels die in 1816
de heerlijkheid Heemstede had gekocht
waardoor hij en zijn nazaten zich Beels van Heemstede mochten noemen.
Was verzamelaar van oudheden.
Hij schonk bij legaat onder andere vier schilderijen aan het KOG:
Jan ten Compe, Twee Gezichten op Kasteel Berckenrode te Heemstede
na de brand van 1747 en David van der Plaes, Portretten van Casparus Commelin,
auteur van Beschrijvinghe van Amsterdam (1693),
en zijn echtgenote Margaretha Nelis.
David van der Kellen jr.

David van der Kellen jr. (1827-1895),
schilder van genretaferelen en interieurs bij kaarslicht
Was ten tijde van de oprichting van het KOG 31 jaar.
Zijn grootvader, vader en broer waren stempelsnijder bij de Rijksmunt,
maar David jr. koos een andere richting
en werd een bekwaam schilder van historische genretaferelen.
Hij werd de eerste conservator van het KOG en werd in 1876 benoemd
tot directeur van het Nederlandsch Museum voor Geschiedenis en Kunst,
dat eerst in Den Haag gevestigd was en vanaf 1883 in Amsterdam
(in 1887 voor publiek geopend in het Rijksmuseumgebouw).
Die benoeming kwam als geroepen, zo schreef hij in 1876:
‘Ware een ander er in gekomen, ik geloof, dat ik aan ’t kniezen geraakt zou zijn
en ik het niet lang meer gemaakt zou hebben.’
Maakte naam als auteur van een groot aantal boeken en artikelen
over oudheidkundige onderwerpen.
Was, zoals veel van de KOG-oprichters, werkend lid van Arti et Amicitiae.
Adriaan Justus Enschedé

Adriaan Justus Enschedé (1829-1896),
drukker en lettergieter; gemeentearchivaris van Haarlem
Was ten tijde van de oprichting van het KOG 29 jaar.
Enschedé was een telg uit het befaamde Haarlemse drukkersgeslacht,
was in 1852 gepromoveerd in de rechten, maar was daarna gaan werken
in het familiebedrijf als beheerder van de drukkerij;
ook de lettergieterij had zijn grote belangstelling.
Maar het bloed stroomde waar het niet gaan kon
en in 1857 werd hij benoemd tot gemeente-archivaris van Haarlem.
Een kleine tien jaar later publiceerde hij de driedelige inventaris van het archief.
In 1874 werd hij ook beheerder van de stadsbibliotheek.
Daarnaast was hij onder andere ook betrokken
bij de oprichting van het Stedelijk Museum in Haarlem.
Van zijn hand verscheen een lange reeks publicaties,
voornamelijk over Haarlem en omstreken.
Willem Jacob Hofdijk

Willem Jacob Hofdijk (1816-1888),
schrijver; leraar geschiedenis en letteren aan het gymnasium
Was ten tijde van de oprichting van het KOG 42 jaar.
Hofdijk was – na een onsuccesvolle carrière als dichter, schilder en dramaschrijver
- in 1851 op aanbeveling van Van Lennep en Alberdingk Thijm benoemd
tot leraar geschiedenis aan het gymnasium in Amsterdam,
een functie die hij met veel elan vervulde.
Hoewel hij zich aanvankelijk behoorlijk moest inlezen
om die functie naar behoren te vervullen, bleek zijn interesse
voor geschiedenis zo groot dat hij behalve leraar ook auteur werd
van een groot aantal boeken en artikelen over geschiedenis.
In 1874 kreeg ook zijn verleden als dramaschrijver een vervolg
door zijn benoeming tot directeur van de Toneelschool.
Johann Wilhelm Kaiser

Johann Wilhelm Kaiser (1813-1900),
schilder maar vooral etser, graveur en lithograaf
Was ten tijde van de oprichting van het KOG 45 jaar oud.
Kaiser verdiende de kost als graveur
van reproducties naar schilderijen en heeft ook postzegels ontworpen.
In 1859 werd hij benoemd tot directeur van de graveerschool in Amsterdam.
Twee jaar daarna werd hij benoemd tot lid
van de Raad van Bestuur van het Rijksmuseum
en kreeg hij een woning aangeboden in het Trippenhuis,
waar het Rijksmuseum gevestigd was,
dichtbij de schilderijen die zijn onderwerp waren.
Hij schreef catalogi voor het Rijksmuseum,
werd in 1870 hoogleraar aan de Rijksacademie,
in 1874 directeur van het Rijksmuseum.
Was werkend lid van Arti et Amicitiae.
Herman Frederik Carel ten Kate

Herman Frederik Carel ten Kate (1822-1891), historieschilder
Was ten tijde van de oprichting van het KOG 36 jaar.
Ten Kate was actief als schilder en aquarellist
van genrestukken met voorstellingen uit de 80-jarige oorlog.
Naar dergelijke voorstellingen was veel vraag en daarom wijdde ten Kate zich
ook aan het lithograferen en het illustreren
van de vele historische geschriften en romans die in die periode verschenen.
Hij ontwierp ook postzegels.
Ten Kate was werkend lid van Arti et Amicitiae.
Mr. Jacob van Lennep

Mr. Jacob van Lennep (1802-1868),
schrijver en literator; werd de eerste voorzitter
Was ten tijde van de oprichting van het KOG al 56 jaar oud,
de oudste van het gezelschap en min of meer de natuurlijke eerste voorzitter.
Van Lennep was een veelzijdig man, gemeentesecretaris, inspecteur,
lid van de Provinciale Staten en Kamerlid, maar vooral schrijver en vertaler.
Hij schreef historische romans – zoals De Roos van Dekama en Ferdinand Huyck -, vertaalde werk van Shakespeare, Byron en Sophocles
en was steun en toeverlaat van velen op cultureel gebied.
Hij was lid van Arti et Amicitiae
en was zeer geïnteresseerd in de geschiedenis van Amsterdam.
Als vrijmetselaar bekleedde hij in binnen- en buitenland hoge posities.
Zijn opvallendste maatschappelijke bijdrage
was het opzetten van de Amsterdamse Duinwater Maatschappij
die Amsterdam van drinkwater uit de duinen voorzag.
Lambertus Lingeman

Lambertus Lingeman (1829-1894), schilder
Was ten tijde van de oprichting van het KOG 29 jaar.
Hij zou zich ontwikkelen tot een succesvol schilder van historische genretaferelen.
Hij was werkend lid van Arti et Amicitiae
en waarschijnlijk daardoor betrokken bij de oprichting van het KOG.
Frederik Muller

Frederik Muller
(1817-1881), boekhandelaar en antiquaar
Was ten tijde van de oprichting van het KOG 41 jaar
en had zijn sporen op het gebied van de oudheidkunde al meer dan verdiend.
Hij was boekhandelaar en antiquaar,
dreef een veilinghuis en fungeerde als uitgever.
In 1853 had hij zijn 4-delige Beschrijvende catalogus van 7000 portretten
gepubliceerd en in 1863 verscheen het eerste deel
van de eveneens vierdelige Nederlandse geschiedenis in platen,
nog altijd standaardwerken.
Hendrik Jacobus Scholten

Hendrik Jacobus Scholten (1824-1907),
historieschilder
Was ten tijde van de oprichting van het KOG 33 jaar.
Scholten was een succesvol historieschilder
en als werkend lid van Arti et Amicitiae bevriend met een aantal andere oprichters.
In 1872 zou hij conservator van Teylers Museum in Haarlem worden.
Johann Georg Schwartze

Johann Georg Schwartze
(1814-1874), schilder
Was ten tijde van de oprichting van het KOG 42 jaar.
Schwartze was werkend lid van Arti et Amicitiae
en schilderde portretten, religieuze voorstellingen en landschappen.
Hij zou vooral bekend worden als vader en leraar
van een succesvolle schilderende dochter: Thérèse.
Dr. Josephus Albertus Alberdingk Thijm

Dr. Josephus Albertus Alberdingk Thijm (1820-1889),
schrijver en literator
Was ten tijde van de oprichting van het KOG 38 jaar
en had als schrijver, dichter en publicist al vaak van zich laten horen.
Hij was als strijder voor de katholieke emancipatie
en pleitbezorger voor de katholieke bouwkunst, waarin
zijn zwager Pierre Cuypers zo’n belangrijke rol zou spelen,
buitengewoon invloedrijk.
Thijm fungeerde als drukker en uitgever en werd in 1876
hoogleraar op de Rijksacademie van Beeldende Kunsten.
