Tweeërlei kunst

Dankzij verzamelaar en tekenaar Alexander Ver Huell (1822-1897)
is het KOG eigenaar van een bijzondere collectie tekeningen en prenten
van de 18de-eeuwse kunstenaar Cornelis Troost (1696-1750).
In 1895 besloot Ver Huell na ‘koortsige, slapelooze nachten’,
zo schreef hij in zijn dagboek, zijn Troost-collectie aan het KOG te schenken,
een ‘waardige plaatsing’.

Een van de tekeningen uit de schenking is deze ‘Tweeërlei kunst’.
Twee schilders zitten in een hoge ronde ruimte versierd met beeldhouwwerken.
De elegante kunstenaar links schildert een beeld van de Venus de’ Medici na.
Twee baardige als kluizenaars geklede mannen bekijken en bespreken
zijn werk en erboven rijst de Faam op uit een wolk en heft haar trompet.
Rechts staat de schilder achter zijn doek waarop hij een aap, uilen en een hond
- onderwerpen van laag allooi – heeft afgebeeld,
kennelijk tot veel genoegen van zijn bezoekers.
Een jongeman voor op de grond blaast op een koehoorn
als tegenpool van de etherische Faam.
Wil Troost zeggen dat klassiek verantwoorde onderwerpen
op officiële waardering kunnen rekenen
maar dat platvloerse onderwerpen het publiek meer aanspreken?

Troost, met zijn vrouw afkomstig uit een toneelspelersmilieu,
was een productief schilder en tekenaar van portretten,
taferelen uit het dagelijks leven en toneelscènes.
Vooral kluchten hadden zijn voorkeur.
De collectie Ver Huell, ondergebracht in de Atlas Zeden en Gewoonten,
omvat een aantal tekeningen met toneelscènes,
zoals uit De ontdekte schijndeugd, Hopman Ulrich of de bedrogen gierigheid
en De wiskunstenaars of ‘t gevluchte juffertje.

Inv.nr KOG-ZG 3-21