Geschiedenis en kunst

De verzameling Voorwerpen van Geschiedenis en Kunst
is de oudste deelcollectie van het Koninklijk Oudheidkundig Genootschap.
Deze omvat allerlei (kunst)voorwerpen, variërend van artistieke hoogtepunten
en historische topstukken tot bodemvondsten en volkskunst.
De objecten zijn door het KOG verzameld
ter bevordering van de kennis der oudheden,
vooral als bronnen voor geschiedenis, kunst en nijverheid.

Dressoir uit het Provenhuis Paling en Van Foreest,
ca. 1525
Drinkglas, zgn. Reichsadler Humpen,
vermoedelijk Bohemen, 1586

Collectie

De belangrijkste stukken van het KOG
bevinden zich vanaf 1885 in bruikleen bij het Rijksmuseum in Amsterdam.
Voorbeelden zijn een laat-gotisch dressoir van eikenhout,
in 1862 gekocht van het hofje Paling en Van Foreest te Alkmaar
en een hoog, met email beschilderd drinkglas, een zogeheten Reichsadlerhumpen,
een geschenk van koning Willem III bij de oprichting van het Genootschap in 1858.
Ook de hoogst curieuze Nassause wapenrok,
in het midden van de zeventiende eeuw geborduurd
met de wapens van de prinsen van Oranje
en in 1859 gekocht op de veiling Moyet, berust in het Rijksmuseum.


Nassause wapenrok, ca. 1640.
De wapenrok is gedragen bij de begrafenis van stadhouder prins Frederik Hendrik in 1647.
Later, in 1752, is hij nog een keer gebruikt: bij de begrafenis van stadhouder prins Willem V

Een ander topstuk in de textielverzameling
is een paar vroeg zeventiende-eeuwse huwelijkshandschoenen
met prachtig geborduurde kappen, in 1872 door het Genootschap gekocht
op de inboedelveiling van kasteel Ilpenstein.
De afdeling edele metalen van het Rijksmuseum beheert ondermeer
een zilveren tabaksdoos door Johannes Schiotling (1730-1799) uit 1787,
met gelegenheidsgraveringen met betrekking
tot het belang van de leer van de elektriciteit voor natuur- en geneeskunde.


Johannes Lutma (toegeschreven), ca. 1648,
Zilveren troffel, gebruikt bij de eerste steenlegging van het stadhuis op de Dam in 1648

Zeer Amsterdams is de aan Johannes Lutma (1587-1669) toegeschreven
zilveren troffel die bij de eerste steenlegging
voor het nieuwe stadhuis op de Dam in 1648 is gebruikt.
Ook andere hoofdstedelijke musea als het Nederlands Scheepvaartmuseum
en het Amsterdams Historisch Museum hebben kunstnijverheid van het KOG in bruikleen. Zo bevindt zich in het Joods Historisch Museum een verzameling glaswerk
dat door Daniel Henriques de Castro (1806-1863), één van de oprichters van het KOG,
is gegraveerd in de diamantgravure-techniek.
Ook in musea elders in Nederland zijn bruiklenen van het KOG te vinden.

Zo beheert het Historisch Museum te Arnhem
de verzameling zilveren miniaturen van het Genootschap.
Genoemd worden verder het Zaans Historisch Museum,
het Gemeentemuseum Den Haag, Museum De Lakenhal in Leiden,
het Westfries Museum te Hoorn, het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen,
Museum Hidde Nijland in Hindelopen en het Nationaal Rijtuigmuseum te Leek.
Weer andere stukken vonden een plaats in kastelen en historische buitenplaatsen
als het Muiderslot en kasteel Radboud.

Boekenkist van Hugo de Groot, hout, leer en ijzer, ca. 1600- 1615.(maker onbekend).
In bruikleen aan het Rijksmuseum te Amsterdam

Geschiedenis

De eerste schenkingen en bruiklenen aan het KOG dateren van 1858.
Ze kwamen direct voort uit de succesvolle tentoonstelling van oudheden
in het gebouw van de Amsterdamse kunstenaarsvereniging Arti et Amicitiae
en de daaropvolgende oprichting van het Genootschap.
Al meteen streefde men de stichting na van een openbaar toegankelijk museum
om de gestaag groeiende collectie te kunnen exposeren.

In 1859 vond de uiterst belangrijke veiling Moyet plaats,
waar het Genootschap 33 stukken kocht.
Naast de hierboven vermelde Nassause wapenrok, bestond de aankoop
uit glas- en zilverwerk, horloges, wapens en een met parelmoer ingelegd paneel
van toetssteen, vervaardigd door Dirck van Rijswijck (1596-1679).
Daarna volgden vele grote en kleine schenkingen en legaten,
zoals het legaat van de kunstschilder Nicolaas Pieneman (1809-1860),
die een aanzienlijk deel van zijn antiekverzameling aan het Genootschap naliet,
variërend van meubels tot kledingstukken en geweren.

In 1864 kon met extra financiële steun van leden
voor 1800 gulden een imposante zilveren dekselbokaal,
de zogeheten beker van Zwartsluis (uit 1678) worden verworven.
In het daaropvolgende jaar verscheen een voorlopige Wegwijzer ,
het eerste summiere gidsje van de collectie.
Op de in 1872 gehouden veiling van de inboedel van kasteel Ilpenstein
werden twee paar handschoenen, mutsen en een beursje gekocht.
Een jaar later verwierf het Genootschap de hierboven gememoreerde zilveren troffel
in bruikleen van nazaten van Cornelis de Graeff,
die als jongetje in 1648 de eerste steen voor het nieuwe stadhuis had gelegd.

Daniel Henriques de Castro, Kelkglas met allegorische voorstelling in diamantgravure, 1859
In 1890 legateerde David Henriques de Castro de glasverzameling
die zijn vader Daniel bijeen had gebracht, bestaande uit prachtige voorbeelden
van 18de-eeuwse graveerkunst en eigenhandig gegraveerde glazen.
Acht jaar later vermaakte Daniel Franken Dzn. (1838-1898),
één van de oprichters van het KOG , een groot deel van zijn kunstverzameling
aan het Genootschap, waaronder zijn collectie antiquiteiten.

Het KOG moest het omstreeks 1900 vooral hebben van schenkingen en legaten,
veel geld voor nieuwe aankopen was er niet.
In het interbellum vonden weer enkele belangrijke schenkingen plaats.
In 1929 betrof het 80 stukken Delfts aardewerk
uit de verzameling Van der Wijck-Loudon, een verzameling
die later door aankoop kon worden uitgebreid met een tulpenvaas
en een tegeltableau naar prenten van Daniel Marot (1661-1752).
In 1937 werd de collectie verrijkt met de omvangrijke verzameling sleutels,
waaronder een tiental zilveren exemplaren,
van de Amsterdamse apotheker E. Vita Israël.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog
konden de meeste objecten veilig worden weggeborgen.
Het bruikleen aan het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem
ging door oorlogshandelingen echter grotendeels verloren.
In totaal bezit het KOG nu ongeveer 2450 objecten
die tot de collectie Voorwerpen van Geschiedenis en Kunst worden gerekend.
De jaren van belangrijke aanwinsten lijken nu voorbij,
tijd derhalve voor een hernieuwde bestudering van het oude bezit.

Commissie
Drs. H. Vreeken (voorzitter)
Dr. D.J. Biemond
Mevrouw M.J. van Nierop-Muller
Mevrouw dr. H.H. Pijzel-Dommisse