Collectie Architectuur- en Ontwerptekeningen

Onder architectuur- en ontwerptekeningen worden tekeningen verstaan die verband houden met het ontwerpen en bouwen van architectuur en binnenhuis, evenals tekeningen die in het kader van architectuurstudie en -opleiding zijn gemaakt. De belangrijkste groep tekeningen staat bekend als de ‘collectie Quarles’ en omvat 272 nummers met in totaal 331 bladen. In 1972 is de inventaris van deze collectie gepubliceerd. Na ruim veertig jaar worden de tekeningen onderworpen aan een nieuwe blik. Na 1972 is de collectie aanzienlijk uitgebreid, onder andere door de aankoop in 2002 van 57 tekeningen die voorheen deel uitmaakten van de collectie A.A. Kok en die niet terecht gekomen zijn bij het Stadsarchief Amsterdam. De latere aanwinsten zijn op geen enkele wijze ontsloten voor het grote publiek of voor onderzoekers.

 

De Commissiestelt zich ten doel een centraal en verbindend orgaan in het onderzoek van architectuur- en ontwerptekeningen te zijn. Nederland kent een aantal instellingen met grote collecties architectuur- en ontwerptekeningen. Naast het KOG kan gedacht worden aan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, de Technische Universiteit Delft (collectie Peters) en het Rijksmuseum (collectie Frederiks en Decorative Art Fund), terwijl ook de archieven en met name het Stadsarchief Amsterdam en het Nationaal Archief vele bladen in hun bezit hebben. De belangstelling vanuit de instituties voor dit soort tekeningen is echter tanend. Bij het Nationaal Archief is sinds jaar en dag geen conservator tekeningen meer aanwezig, terwijl de TUDelft de collectie Peters in bruikleen heeft afgestaan aan het Nieuwe Instituut (voorheen NAi). De RCE heeft sinds enige tijd een conservator voor de collectie tekeningen, maar het is maar de vraag of de collectie nog lang ondergebracht blijft in Amersfoort. Al deze instellingen zijn onderhevig aan bezuinigingen of beleidswijzigingen, waardoor de continuïteit van de bestudering van architectuur- en/of ontwerptekeningen niet met zekerheid gewaarborgd kan worden. Een instelling als het KOG daarentegen heeft op andere terreinen bewezen wel voor continuïteit te kunnen zorgen. De commissie CAO wil dan ook een centraal en verbindend orgaan vormen met betrekking tot architectuur- en ontwerptekeningen in Nederland.

De Commissie stelt zich ook ten doel de kennis van het wonen in Amsterdam te vergroten. Architectuur- en ontwerptekeningen vormen een belangrijke bron voor het bouwen. Naast het feit dat de tekeningen als zelfstandig voorwerp worden bestudeerd, moet ze ook in samenhang worden gezien met afbeeldingen van interieurs en vooral ook met de werkelijk gebouwde architectuur. Omdat de tekeningen in het KOG voornamelijk betrekking hebben op Amsterdam, wordt er met name naar gestreefd de kennis over het wonen alhier te vergroten. Bij dit onderwerp wordt ook nadrukkelijk gezocht naar verbanden met verbeeldingen van interieurs, die in de Atlas Amsterdam en de Atlas Zeden en Gewoonten zijn opgenomen.

 

Binnen de collectie (Nederlandse) architectuur- en ontwerptekeningen bestaan lacunes. Met name architectuurtekeningen uit de zeventiende eeuw en de eerste helft van de achttiende eeuw zijn dun gezaaid, dit in tegenstelling tot ontwerptekeningen voor het interieur. Het verwerven van architectuurtekeningen uit de periode 1680-1750 behoort tot de desiderata van de Commissie. Daarnaast streeft de Commissie ernaar de bestaande tekeningencollecties in Nederland voor zover die een zwevend bestaan leiden, in het KOG/Rijksmuseum samen te brengen. Hierbij kan gedacht worden aan de collectie bouwtekeningen van de RCE en de collectie Peters (NAi, TUDelft).

© 2015 Koninklijk Oudheidkundig Genootschap

This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now