Commissie Geschiedenis en Kunst

De belangrijkste stukken van het KOG bevinden zich vanaf 1885 in bruikleen bij het Rijksmuseum in Amsterdam. Voorbeelden zijn een laat-gotisch dressoir van eikenhout, in 1862 gekocht van het hofje Paling en Van Foreest te Alkmaar en een hoog, met email beschilderd drinkglas, een zogeheten Reichsadlerhumpen, een geschenk van koning Willem III bij de oprichting van het Genootschap in 1858. Ook de hoogst curieuze Nassause wapenrok, in het midden van de zeventiende eeuw geborduurd met de wapens van de prinsen van Oranje en in 1859 gekocht op de veiling Moyet, berust in het Rijksmuseum.


Nassause wapenrok, ca. 1640. De wapenrok is gedragen bij de begrafenis van stadhouder prins Frederik Hendrik in 1647. Later, in 1752, is hij nog een keer gebruikt: bij de begrafenis van stadhouder  Willem IV. Een ander topstuk in de textielverzameling is een paar vroeg zeventiende-eeuwse huwelijkshandschoenen met prachtig geborduurde kappen, in 1872 door het Genootschap gekocht op de inboedelveiling van kasteel Ilpenstein. De afdeling edele metalen van het Rijksmuseum beheert ondermeer een zilveren tabaksdoos door Johannes Schiotling (1730-1799) uit 1787, met gelegenheids- graveringen met betrekking tot het belang van de leer van de elektriciteit voor natuur- en geneeskunde.


Ook andere hoofdstedelijke musea als het Nederlands Scheepvaartmuseum en het Amsterdams Historisch Museum hebben kunstnijverheid van het KOG in bruikleen. Zo bevindt zich in het Joods Historisch Museum een verzameling glaswerk dat door Daniel Henriques de Castro (1806-1863), één van de oprichters van het KOG,
is gegraveerd in de diamantgravure-techniek. Ook in musea elders in Nederland zijn bruiklenen van het KOG te vinden. Zo beheert het Historisch Museum te Arnhem de verzameling zilveren miniaturen van het Genootschap. Genoemd worden verder het Zaans Historisch Museum, het Gemeentemuseum Den Haag, Museum De Lakenhal in Leiden, het Westfries Museum te Hoorn, het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen, Museum Hidde Nijland in Hindelopen en het Nationaal Rijtuigmuseum te Leek. Weer andere stukken vonden een plaats in kastelen en historische buitenplaatsen als het Muiderslot en kasteel Radboud.

 

De eerste schenkingen en bruiklenen aan het KOG dateren van 1858.
Ze kwamen direct voort uit de succesvolle tentoonstelling van oudheden in het gebouw van Arti et Amicitiae, de Amsterdamse kunstenaarsvereniging en de daaropvolgende oprichting van het Genootschap. Al meteen streefde men de stichting na van een openbaar toegankelijk museum om de gestaag groeiende collectie te kunnen exposeren. In 1859 vond de uiterst belangrijke veiling Moyet plaats, waar het Genootschap 33 stukken kocht. Naast de hierboven vermelde Nassause wapenrok, bestond de aankoop uit glas- en zilverwerk, horloges, wapens en een met parelmoer ingelegd paneel van toetssteen, vervaardigd door Dirck van Rijswijck (1596-1679). Daarna volgden vele grote en kleine schenkingen en ook legaten, zoals het legaat van de kunstschilder Nicolaas Pieneman (1809-1860), die een aanzienlijk deel van zijn antiekverzameling aan het Genootschap naliet, variërend van meubels tot kledingstukken en geweren. In 1864 kon met extra financiële steun van leden voor 1800 gulden een imposante zilveren dekselbokaal, de zogeheten beker van Zwartsluis (uit 1678) worden verworven. In het daaropvolgende jaar verscheen een voorlopige Wegwijzer, het eerste summiere gidsje van de collectie. Op de in 1872 gehouden veiling van de inboedel van kasteel Ilpenstein werden twee paar handschoenen, mutsen en een beursje gekocht. Een jaar later verwierf het Genootschap de hierboven gememoreerde zilveren troffel in bruikleen van nazaten van Cornelis de Graeff, die als jongetje in 1648 de eerste steen voor het nieuwe stadhuis had gelegd.

In 1890 legateerde David Henriques de Castro de glasverzameling die zijn vader Daniel bijeen had gebracht, bestaande uit prachtige voorbeelden van 18de-eeuwse graveerkunst en eigenhandig gegraveerde glazen. Acht jaar later vermaakte Daniel Franken Dzn. (1838-1898), één van de oprichters van het KOG , een groot deel van zijn kunstverzameling aan het Genootschap, waaronder zijn collectie antiquiteiten. Het KOG moest het omstreeks 1900 vooral hebben van schenkingen en legaten, veel geld voor nieuwe aankopen was er niet. In het interbellum vonden weer enkele belangrijke schenkingen plaats. In 1929 betrof het 80 stukken Delfts aardewerk uit de verzameling Van der Wijck-Loudon, een verzameling die later door aankoop kon worden uitgebreid met een tulpenvaas en een tegeltableau naar prenten van Daniel Marot (1661-1752). In 1937 werd de collectie verrijkt met de grote  verzameling sleutels, waaronder een tiental zilveren exemplaren, van de Amsterdamse apotheker E. Vita Israël.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog konden de meeste objecten veilig worden weggeborgen. Het bruikleen aan het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem ging door oorlogshandelingen echter grotendeels verloren. In totaal bezit het KOG nu ongeveer 2450 objecten die tot de collectie Voorwerpen van Geschiedenis en Kunst worden gerekend. De jaren van belangrijke aanwinsten lijken nu voorbij, tijd derhalve voor een hernieuwde bestudering van het oude bezit.

Dirk Jan Biemond schreef een blog over het zilverkeukentje van het KOG. Dit blog leest u op deze website

© 2015 Koninklijk Oudheidkundig Genootschap

This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now