Statuten

Hieronder zijn de volledige statuten van het KOG uitgeschreven. Voor een PDF versie klikt u hier.

Koninklijk Oudheidkundig Genootschap

I. NAAM, ZETEL EN DOEL

Artikel 1

De vereniging draagt de naam: Koninklijk Oudheidkundig Genootschap.

Zij heeft haar zetel in Amsterdam.

De vereniging is opgericht onder bescherming van Koning Willem III.

Artikel 2

Het Genootschap stelt zich ten doel de bevordering van de kennis van het verleden, door:

a. het aanleggen en onderhouden van verzamelingen op het gebied van oudheidkunde, kunst en geschiedenis;

b. het bespreken in vergaderingen der leden van al wat op oudheidkunde, kunst en geschiedenis betrekking heeft;

c. het houden en bevorderen van en het medewerken aan tentoonstellingen en

d. zodanige andere wettige middelen als zullen geacht worden aan het doel bevorderlijk te zijn.

II LEDEN

Artikel 3

1. Het Genootschap kent leden en ereleden.

2. Degene die als zodanig is toegelaten, is lid.

3. Erelid is hij, die door de algemene vergadering als zodanig is benoemd op grond van de omstandigheid dat hij zich voor het Genootschap bijzonder verdienstelijk heeft gemaakt.

TOELATING

Artikel 4

1. Degene die lid wil worden, geeft zich daartoe schriftelijk op bij de secretaris. De opgave bevat tenminste de voorletters, de volledige naam en adres.

2. Het bestuur beslist omtrent de toelating van de leden. Een afwijzing kan plaats vinden wanneer redelijkerwijs van de vereniging toelating niet gevergd kan worden.

3. De secretaris geeft van een beslissing tot het al dan niet toelaten onverwijld schriftelijk kennis aan de kandidaat.

4. Het bestuur houdt een register van de leden bij vermeldende de namen en adressen.

EINDE LIDMAATSCHAP

Artikel 5

Het lidmaatschap eindigt door:

a. overlijden;

b. schriftelijke opzegging door het lid; deze kan geschieden te allen tijde en zonder inachtneming van een opzegtermijn;

c. schriftelijke opzegging door het bestuur; wanneer redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren;

d. ontzetting door de algemene vergadering; deze kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid handelt in strijd met de statuten, reglementen of besluiten der vereniging of wanneer het lid de vereniging op onredelijke wijze benadeelt.

RECHTEN EN VERPLICHTINGEN VAN DE LEDEN

Artikel 6

1. De leden zijn gehouden tot het betalen van een jaarlijkse bijdrage, die door de algemene vergadering op voorstel van het bestuur zal worden vastgesteld.

2. Personen, van wie het lidmaatschap een aanvang heeft genomen of is geëindigd, zijn over het jaar, waarin de aanvang of het einde plaats vindt, de contributie voor het geheel verschuldigd, tenzij het bestuur anders besluit.

III VERMOGEN

Artikel 7

1. Het Genootschap is verplicht zijn financiële middelen steeds zodanig te besteden dat slechts een, gezien de werkzaamheden van de het Genootschap, verantwoord percentage daarvan wordt aangewend ter dekking van de kosten van zijn eigen organisatie, terwijl die kosten en de kosten van werving van gelden in redelijke verhouding dienen te staan tot de bestedingen ten behoeve van de doelstelling van het Genootschap.

2. Het bestuur draagt er zorg voor dat het vermogen van het Genootschap niet meer bedraagt dan redelijkerwijs nodig is voor de continuïteit van de voorziene werkzaamheden van het Genootschap. Onder vermogen wordt niet verstaan de verzamelingen van de vereniging.

IV BESTUUR

Artikel 8

1. Het bestuur bestaat uit een oneven aantal van ten minste drie en ten hoogste zeven natuurlijke personen.

2. Het bestuur stelt met inachtneming van het bepaalde in lid 1 het aantal bestuursleden vast.

3. De bestuursleden worden door de algemene ledenvergadering benoemd uit de leden van het Genootschap. De functies worden door het bestuur in onderling overleg verdeeld.

4. Bestuursleden worden benoemd voor een periode van ten hoogste vier jaren

Zij kunnen éénmaal aansluitend voor vier jaren worden herkozen.

5. Mocht(en) in het bestuur om welke reden dan ook één of meer leden ontbreken, dan vormen de overblijvende bestuursleden, of vormt het enige overblijvende bestuurslid niettemin een wettig bestuur.

6. De leden van het bestuur en leden van commissies genieten geen beloning voor hun werkzaamheden. Bestuursleden en leden van de commissies hebben recht op vergoeding van de door hen in de uitoefening van hun functie/taak gemaakte kosten.

7. Het bestuur streeft er naar dat steeds personen deel uitmaken van het bestuur die beschikken over kennis en ervaring op het gebied van het besturen van rechtspersonen, fondsenwerving, fondsenbeheer en financiën in het algemeen en personen die de doelstellingen van het Genootschap kunnen uitvoeren.

8. Binnen het bestuur mogen geen nauwe familie- en vergelijkbare relaties bestaan, waaronder begrepen – maar niet beperkt tot – huwelijk, geregistreerd partnerschap, ongehuwd samenwonen en bloed- en aanverwantschap tot in de derde graad.

Een relatie als hiervoor bedoeld is een grond voor ontslag.

Ieder bestuurslid is verplicht het bestuur van een relatie als hiervoor bedoeld onverwijld op de hoogte te stellen.

9. Het bestuur kan onder zijn verantwoordelijkheid commissies instellen. De werkwijze van commissies worden bij reglement nader geregeld.

TEGENSTRIJDIG BELANG BESTUURSLEDEN

Artikel 9

1. Het bestuurslidmaatschap is onverenigbaar met de hoedanigheid van bestuurder, oprichter, aandeelhouder, toezichthouder of werknemer van instellingen waarvan de vereniging gelden ontvangt of substantieel financiële ondersteuning verleent.

2. In alle gevallen waarin het Genootschap een tegenstrijdig belang heeft met een lid van het bestuur, is het desbetreffende bestuurslid verplicht dit te melden aan het bestuur.

3. Het desbetreffende bestuurslid is verplicht zich van de beraadslaging terzake te onthouden.

4. Dit bestuurslid komt bij besluitvorming terzake geen stemrecht toe en de aanwezigheid van dit bestuurslid telt niet mee ter bepaling of het vereiste quorum voor de besluitvorming is gehaald.

TAKEN BESTUUR EN BESTUURSBEVOEGDHEID

Artikel 10

1. Behoudens de beperkingen volgens de statuten is het bestuur belast met het besturen van het Genootschap.

2. Elke bestuurder is tegenover het Genootschap gehouden tot een behoorlijke vervulling van de zijn/haar toevertrouwde taak.

VERTEGENWOORDIGING

Artikel 11

1. Het bestuur vertegenwoordigt het Genootschap voor zover uit de wet niet anders voortvloeit.

2. Deze vertegenwoordigingsbevoegdheid komt daarnaast toe aan twee gezamenlijk handelende bestuursleden.

3. De vertegenwoordigingsbevoegdheid als bedoeld in de leden 1 en 2 is onbeperkt en onvoorwaardelijk, voor zover uit de wet niet anders voortvloeit. Op een statutaire beperking of voorwaarde zonder wettelijke grondslag kan tegenover een derde geen beroep worden gedaan.

Een wettelijk toegelaten of voorgeschreven beperking of voorwaarde voor de bevoegdheid tot vertegenwoordiging kan slechts door het Genootschap worden ingeroepen.

4. Het bestuur kan volmacht verlenen aan één of meer bestuursleden, alsook aan derden, om het Genootschap binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.

BESTUURSVERGADERINGEN EN BESTUURSBESLUITEN

Artikel 12

1. De bestuursvergaderingen worden gehouden in de gemeente waar het Genootschap haar zetel heeft, tenzij het bestuur afwijkend besluit.

2. De bestuursvergaderingen worden bijeengeroepen door de secretaris of zijn plaatsvervanger wanneer de voorzitter of tenminste twee bestuursleden dit wensen.

De oproeping geschiedt schriftelijk; de oproepingstermijn is tenminste acht dagen, de dag van oproeping en van de vergadering niet meegerekend. De oproeping vermeldt de te behandelen onderwerpen, over andere onderwerpen kan niet worden besloten.

3. Het bestuur kan alleen dan rechtsgeldig besluiten nemen indien de meerderheid van de in functie zijnde leden ter vergadering aanwezig of vertegenwoordigd is.

4. Alle bestuursbesluiten worden genomen met meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen. Ieder bestuurslid heeft één stem. Blanco stemmen worden geacht niet te zijn uitgebracht.

5. Bij staken van stemmen is de voorzitter bevoegd te beslissen; zijn/haar eventueel besluit behoeft geen motivering.

6. Bestuursleden kunnen zich door de medeleden van het betrokken bestuur laten vertegenwoordigen, mits bij schriftelijke volmacht. Een lid kan daarbij slechts voor ten hoogste één ander lid als gevolmachtigde optreden.

7. Van het verhandelde in de vergaderingen worden notulen gehouden door de secretaris of door één van de andere aanwezigen, door de voorzitter daartoe aangezocht.

8. Het bestuur kan ook buiten vergadering besluiten nemen, mits alle bestuursleden in de gelegenheid zijn gesteld schriftelijk, per fax, of e-mail hun mening te uiten en het besluit met algemene stemmen wordt aangenomen.

9. Bestuursbesluiten worden genomen met meerderheid van stemmen, behoudens het hierna in lid 10 van dit artikel bepaalde.

10. Bestuursbesluiten tot:

a. het vaststellen van het aantal bestuursleden;

b. het opstellen van een voordracht voor de benoeming van bestuursleden;

c. het opstellen van deze voordracht tot ontslag van bestuursleden;

d. het vaststellen, wijzigen en intrekken van reglementen;

e. het voorstel tot het wijzigen van de statuten van het Genootschap; en

f. het voorstel tot het ontbinden van de het Genootschap, dienen te worden genomen in een vergadering waarin alle leden van het bestuur aanwezig of schriftelijk vertegenwoordigd zijn en met een meerderheid van ten minste twee/derde van het aantal geldig uitgebrachte stemmen. Zijn niet alle leden van het bestuur aanwezig of schriftelijk vertegenwoordigd, dan wordt niet eerder dan twee weken, doch niet later dan vier weken na de vergadering waarin het voorstel geagendeerd was, een tweede vergadering gehouden, waarbij het bestuur kan besluiten omtrent dit voorstel, ongeacht het aantal aanwezige of schriftelijk vertegenwoordigde leden met een meerderheid van ten minste twee/derde van het aantal geldig uitgebrachte stemmen.

11. Over personen wordt, tenzij de vergadering unaniem anders besluit, schriftelijk gestemd.

Over zaken wordt mondeling gestemd, tenzij een bestuurslid schriftelijke stemming verlangt.

12. Bestuursleden kunnen zich in een bestuursvergadering schriftelijk door een mede-bestuurslid laten vertegenwoordigen.

Aan de eis van schriftelijkheid van de volmacht wordt voldaan indien de volmacht elektronisch is vastgelegd.

13. De bestuursvergaderingen staan onder leiding van de voorzitter, of, bij ontstentenis of afwezigheid van de voorzitter, onder leiding van een ander door de bestuursvergadering aan te wijzen lid van het bestuur.

14. Van de bestuursvergaderingen worden notulen gehouden door of namens de secretaris, of bij ontstentenis of afwezigheid van de secretaris, door of namens een ander door de bestuursvergadering aan te wijzen lid van het bestuur.

15. De notulen worden tijdens en door de eerstkomende bestuursvergadering vastgesteld.

V RAAD VAN ADVIES

Artikel 13

1. De Raad van Advies bestaat uit minimaal drie leden en fungeert als adviesorgaan voor wat betreft de verzamelingen van de vereniging, van het bestuur. De werkwijze van de Raad van Advies is vastgelegd in het Huishoudelijk Reglement.

De leden van de Raad van Advies kunnen geen deel uitmaken van het bestuur.

2. De leden van de Raad van Advies worden benoemd door het bestuur.

3. De Raad van Advies kiest uit zijn midden een voorzitter.

4. Het lidmaatschap van de Raad van Advies eindigt:

a. door het overlijden;

b. bij het verlies van het vrije beheer over zijn/haar vermogen;

c. bij schriftelijke ontslagneming (bedanken);

d. door het aanvaarden van een benoeming tot bestuurslid van het Genootschap.

5. Mocht(en) in de Raad van Advies om welke reden dan ook één of meer leden ontbreken, dan vormen de overblijvende leden, of vormt het enige overblijvende lid niettemin een statutair volledig functionerende Raad van Advies.

6. Bij het ontstaan van één (of meer) vacature(s) in de Raad van Advies, zal de Raad van Advies daarvan onverwijld schriftelijk mededeling doen aan het bestuur, dat alsdan een opvolger zal benoemen.

7. De leden van de Raad van Advies genieten geen beloning voor hun werkzaamheden ten behoeve van het Genootschap.

8. De Raad van Advies vergadert zonodig éénmaal per jaar met het bestuur.

VI BOEKJAAR, ADMINISTRATIE EN JAARSTUKKEN

Artikel 14

1. Het boekjaar van het Genootschap is gelijk aan het kalenderjaar.

2. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van het Genootschap en van alles betreffende de werkzaamheden van het Genootschap, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van het Genootschap kunnen worden gekend.

3. Per het einde van ieder boekjaar worden de boeken van het Genootschap afgesloten. Daaruit worden door het bestuur een balans en een staat van baten en lasten over het geëindigde boekjaar opgemaakt. Het bestuur kan zich hierbij laten bijstaan door een deskundige ten laste van het Genootschap.

4. Het bestuur is verplicht de in de leden 2 en 3 bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers, alsmede het jaarverslag als bedoeld in het volgende artikel gedurende ten minste de wettelijke termijn te bewaren.

5. Het bestuur kan de ledenadministratie en de daarmee samenhangende secretariaatswerkzaamheden alsmede de financiële administratie uitbesteden.

REKENING EN VERANTWOORDING

Artikel 15

1. Het bestuur brengt op een algemene ledenvergadering binnen zes maanden na afloop van het boekjaar, behoudens verlenging van deze termijn door de algemene ledenvergadering, een jaarverslag uit over de financiële gang van zaken binnen het Genootschap alsmede over de activiteiten van het Genootschap en over het gevoerde beleid.

Het bestuur legt de balans en de staat van baten en lasten (de jaarcijfers) als bedoeld in het vorige artikel met een toelichting ter goedkeuring aan de vergadering over alsmede een begroting over het lopende boekjaar.

2. Na verloop van de in lid 1 bedoelde termijn kan ieder lid van de gezamenlijke bestuurders in rechte vorderen dat zij de aldaar vermelde verplichtingen nakomen.

3. De algemene ledenvergadering benoemt jaarlijks uit de gewone leden een commissie van ten minste twee personen, hierna ook te noemen kascommissie, die geen deel mogen uitmaken van het bestuur.

De commissie onderzoekt de stukken bedoeld in de tweede zin van lid 1 en brengt aan de algemene ledenvergadering verslag van haar bevindingen uit.

4. Het bestuur geeft de te onderzoeken stukken ten minste drie weken voor de dag waarop de algemene ledenvergadering, waarin deze zullen worden behandeld, zal worden gehouden, ter inzage en wel ten huize, dan wel ten kantore van degene die belast is met het beheer en de uitvoering van de financiële zaken van het Genootschap.

Kopieën van de financiële jaarstukken worden meegestuurd met de convocatie voor de algemene ledenvergadering.

5. Het bestuur is eveneens verplicht de commissie ten behoeve van haar onderzoek alle door haar gewenste inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarden te tonen en de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van het Genootschap voor raadpleging beschikbaar te stellen.

6. Vergt het onderzoek naar het oordeel van de commissie bijzondere boekhoudkundige kennis, dan kan zij zich, na voorafgaande schriftelijke goedkeuring door het bestuur, op kosten van de vereniging door een deskundige doen bijstaan.

7. De algemene ledenvergadering is te allen tijde bevoegd de commissie van haar taak te ontheffen.

Deze ontheffing kan echter slechts plaatsvinden door de benoeming van een andere commissie.

VII ALGEMENE LEDENVERGADERING

Artikel 16

1. Aan de algemene ledenvergadering komen in het Genootschap alle bevoegdheden toe, die niet door de wet of de statuten aan het bestuur of een ander orgaan zijn opgedragen.

2. Jaarlijks zal op een door het bestuur vast te stellen tijdstip, één en ander echter met inachtneming van het bepaalde in lid 1 van het vorige artikel, een algemene leden vergadering worden gehouden.

In deze jaarvergadering komen aan de orde:

a. het vaststellen van de notulen van de voorgaande algemene ledenvergadering;

b. het jaarverslag van het bestuur;

c. de jaarrekening, de balans, de staat van baten en lasten;

d. de door het bestuur opgestelde begroting voor het lopende boekjaar;

e. het verslag van de kascommissie;

f. décharge van het bestuur voor het gevoerde beleid;

g. de benoeming van de kascommissie voor het volgende boekjaar;

h. de voorziening in eventuele vacatures in het bestuur;

i. voorstellen van het bestuur aangekondigd bij de oproeping voor de vergadering;

j. het vaststellen van de contributie;

h. de verslagen van de commissies.

3. Andere algemene ledenvergaderingen worden bijeengeroepen zo dikwijls het bestuur dit wenselijk oordeelt.

4. Voorts is het bestuur, op schriftelijk verzoek van ten minste tien leden, verplicht tot het bijeenroepen van een algemene ledenvergadering op een termijn van niet langer dan vier weken na indiening van het verzoek.

De verzoekers vermelden in hun verzoek de te behandelen onderwerpen.

5. Indien aan het in lid 4 bedoelde verzoek binnen twee weken geen gevolg wordt gegeven, kunnen de verzoekers zelf tot bijeenroeping overgaan.

BIJEENROEPING EN AGENDA

Artikel 17

1. De algemene ledenvergaderingen worden, behoudens in het geval als bedoeld in lid 5 van het vorige artikel, bijeengeroepen door het bestuur.

2. De oproeping tot een algemene ledenvergadering geschiedt door middel van oproepingsbrieven, gericht aan de adressen van de leden zoals deze zijn vermeld in het ledenregister van het Genootschap en/of door verzending van een emailbericht aan het door een lid opgegeven emailadres.

3. De termijn voor de oproeping bedraagt ten minste zeven dagen, de dag van oproeping en die van vergadering niet meegerekend.

4. De oproeping vermeldt, behalve plaats en tijdstip van de vergadering, de te behandelen onderwerpen, zulks onverminderd de bijzondere voorschriften omtrent statutenwijziging.

TOEGANG EN VERTEGENWOORDIGING

Artikel 18

1. Toegang tot de algemene ledenvergadering hebben alle leden van de vereniging.

2. Over toelating van andere dan de in lid 1 bedoelde personen beslist de voorzitter.

3. Een lid kan zich ter vergadering door een ander lid laten vertegenwoordigen onder overlegging van een schriftelijke volmacht.

Een lid kan daarbij slechts voor ten hoogste twee andere leden als gevolmachtigde optreden.

VERGADERPLAATS, VOORZITTERSCHAP EN NOTULEN

Artikel 19

1. De algemene ledenvergaderingen worden gehouden zoveel mogelijk in Amsterdam.

2. De algemene ledenvergaderingen worden geleid door de voorzitter of, bij diens afwezigheid, een ander door het bestuur aan te wijzen bestuurslid.

Zijn geen bestuursleden aanwezig of werd de vergadering niet door het bestuur bijeen geroepen, dan voorziet de vergadering zelf in haar leiding.

3. Van het verhandelde in de vergaderingen worden notulen gehouden door de secretaris of door één van de andere aanwezigen, door de voorzitter van de vergadering daartoe aangezocht.

Deze notulen worden door de voorzitter en de secretaris van de vergadering ondertekend en in dezelfde of in de eerstvolgende algemene ledenvergadering vastgesteld.

BESLUITEN ALGEMENE LEDENVERGADERING

Artikel 20

1. De algemene ledenvergadering kan, ter vergadering alleen dan rechtsgeldig besluiten nemen indien en voor zover:

a. alle voorschriften omtrent het oproepen en houden van vergaderingen zijn nageleefd; en

b. het een onderwerp betreft dat in de oproeping is vermeld.

2. Voor zover de statuten of de wet niet anders bepalen, worden alle besluiten van de algemene ledenvergadering genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen en ongeacht het aantal ter vergadering aanwezige of vertegenwoordigde leden.

STEMRECHT EN STEMPROCEDURE

Artikel 21

1. Ieder lid van het Genootschap heeft één stem.

2. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht.

3. Indien bij een verkiezing van personen niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, heeft een tweede stemming, tussen de voorgedragen kandidaten, plaats.

Heeft alsdan weer niemand de volstrekte meerderheid verkregen, dan vinden herstemmingen plaats totdat hetzij een persoon de volstrekte meerderheid heeft verkregen, hetzij tussen twee personen is gestemd en de stemmen staken.

4. Bij de in lid 3 bedoelde herstemmingen wordt telkens gestemd tussen de personen, op wie bij de voorafgaande stemming is gestemd, evenwel uitgezonderd de persoon, op wie bij die voorafgaande stemming het geringste aantal stemmen is uitgebracht.

Is bij die voorafgaande stemming het geringste aantal stemmen op meer dan een persoon uitgebracht, dan wordt door loting uitgemaakt op wie van die personen bij de nieuwe stemming geen stemmen meer kunnen worden uitgebracht.

5. Ingeval bij een stemming tussen twee personen de stemmen staken, beslist het lot wie van beiden is gekozen.

6. In alle andere gevallen is een voorstel bij staken van stemmen verworpen. Indien de stemmen staken over een zaak, dan is het verworpen.

7. Alle stemmingen geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht of een van de stemgerechtigden zulks voor de stemming verlangt.

Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes.

Besluitvorming bij acclamatie is mogelijk, tenzij een stemgerechtigde hoofdelijke stemming verlangt.

8. Het in de vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter omtrent de uitslag van een stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van het genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.

Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van het oordeel van de voorzitter de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, indien de meerderheid van de vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigd lid dit verlangt.

Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.

9. In alle geschillen omtrent stemmingen, niet bij de statuten voorzien, beslist de voorzitter.

VIII REGLEMENTEN

Artikel 22

1. De algemene ledenvergadering kan op voorstel van het bestuur één of meer reglementen vaststellen of wijzigen, waarin die onderwerpen worden geregeld, die niet of niet uitputtend in deze statuten zijn geregeld, danwel het reglement intrekken.

2. Een reglement mag niet met de wet of deze statuten in strijd zijn.

Indien en voor zover een reglement een bepaling bevat, welke in strijd is met een ouder niet ingetrokken reglement, geldt de bepaling uit het nieuwste reglement.

3. Op de vaststelling, wijziging en intrekking van een reglement is het bepaalde in artikel 23 leden 1 en 2 van overeenkomstige toepassing.

IX STATUTENWIJZIGING

Artikel 23

1. In de statuten van het Genootschap kan geen verandering worden gebracht dan door een besluit van een algemene ledenvergadering, waartoe is opgeroepen met de mededeling dat aldaar wijziging van de statuten zal worden voorgesteld. Een wijziging van de bepalingen over de Raad van Advies, behoeft de voorafgaande goedkeuring van deze Raad.

2. Zij die de oproeping tot de algemene ledenvergadering ter behandeling van een voorstel tot statutenwijziging hebben gedaan, moeten ten minste vijf dagen voor de vergadering een afschrift van het voorstel, waarin de voorgedragen wijziging woordelijk is opgenomen, op een daartoe geschikte plaats voor de leden ter inzage leggen tot na afloop van de dag waarop de vergadering wordt gehouden.

Bovendien wordt een afschrift als hiervoor bedoeld, aan alle leden toegezonden.

3. Een besluit tot statutenwijziging dat uitgaat van het bestuur behoeft ten minste een meerderheid van twee/derde van de geldig uitgebrachte stemmen.

Een besluit tot statutenwijziging op voorstel van leden behoeft ten minste een meerderheid van twee/derde van de geldig uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin ten minste twee/derde van de leden aanwezig of vertegenwoordigd is.

4. Een statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat hiervan een notariële akte is opgemaakt.

Tot het tekenen van de akte is ieder bestuurslid bevoegd.

5. De bestuursleden zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging, alsmede de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het handelsregister, gehouden door de Kamer van Koophandel.

X ONTBINDING, SPLITSING EN FUSIE

Artikel 24

1. Het bestuur is bevoegd te besluiten tot ontbinding van het Genootschap, tot splitsing van het Genootschap en tot fusie van het Genootschap met één of meer andere rechtspersonen na verkregen goedkeuring van de Raad van Advies en een besluit van de algemene ledenvergadering. Hetgeen hiervoor bepaald is omtrent de statutenwijziging is van dienovereenkomstige toepassing.

2. Indien bij een voorgenomen splitsing van het Genootschap of fusie van het Genootschap met één of meer andere rechtspersonen de middelen van het Genootschap anders zullen worden aangewend dan volgens het doel van het Genootschap, behoeft het bestuur van het Genootschap daartoe de toestemming van de rechtbank.

3. Bij eventuele ontbinding van het Genootschap worden haar bezittingen bestemd voor één of meer wetenschappelijke instellingen of musea, aan te wijzen door een algemene ledenvergadering, die tot ontbinding besluit, voor zover althans te dien opzichte geen andere verplichting door het Genootschap mocht zijn aangegaan.

Bij een eventuele ontbinding/splitsing of fusie van het Genootschap zonder dat de continuïteit van collectie voldoende is gewaarborgd, zal de Raad van Advies gerechtigd zijn om de collectie onder te brengen in haar geheel of in delen in één of meer openbare instellingen gelegen in Nederland.

4. De vereffening geschiedt door het bestuur, tenzij bij het besluit tot ontbinding een of meer andere vereffenaars zijn aangewezen.

5. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht.

Een vereffenaar heeft dezelfde bevoegdheden, plichten en aansprakelijkheden als een bestuurder, voor zover deze verenigbaar zijn met zijn taak als vereffenaar.

6. De vereffenaar(s) stelt (stellen) een rekening en verantwoording op van de vereffening, waaruit de omvang en de samenstelling van het eventuele overschot blijken.

7. De vereffenaar(s) legt (leggen) de rekening en verantwoording en het eventuele plan van verdeling gedurende twee maanden ter inzage in het handelsregister van de Kamer van Koophandel waar het Genootschap is ingeschreven en ten kantore van het Genootschap of op een ander adres in het Arrondissement waar het Genootschap statutair is gevestigd.

8. De vereffenaar(s) maakt (maken) de ter inzage legging bekend in een ter plaatse waar het Genootschap statutair is gevestigd veelgelezen nieuwsblad.

9. Na afloop van de vereffening blijven de boeken en bescheiden van het Genootschap gedurende de wettelijke termijn berusten onder de (rechts)persoon, die daartoe door het bestuur bij het besluit tot ontbinding wordt aangewezen.

Waarvan akte

Verleden te Amsterdam op de datum in het hoofd van deze akte vermeld. De verschenen personen zijn mij, notaris bekend. De inhoud van de akte is aan hen opgegeven en toegelicht. De verschenen personen hebben verklaard op volledige voorlezing van de akte geen prijs te stellen, tijdig van de inhoud van de akte te hebben kennis genomen en met de inhoud in te stemmen.

Deze akte is beperkt voorgelezen en onmiddellijk daarna ondertekend, eerst door de verschenen personen en vervolgens door mij, notaris.

© 2015 Koninklijk Oudheidkundig Genootschap

This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now